Slimmer Presteren Podcast-logo

Slimmer Presteren Podcast

Sports & Recreation Podcasts

Over sport, onderzoek en innovatie. Jouw wekelijkse kop koffie met wetenschapsjournalist Jurgen van Teeffelen en middle-aged-man-in-lycra Gerrit Heijkoop. Voor mensen die hun grenzen willen verleggen, maar daarbij de grens tussen 'onzin' en 'zinvol'...

Location:

Netherlands

Description:

Over sport, onderzoek en innovatie. Jouw wekelijkse kop koffie met wetenschapsjournalist Jurgen van Teeffelen en middle-aged-man-in-lycra Gerrit Heijkoop. Voor mensen die hun grenzen willen verleggen, maar daarbij de grens tussen 'onzin' en 'zinvol' niet uit het oog willen verliezen.

Language:

Dutch


Episodes
Ask host to enable sharing for playback control

Slimmer presteren met tips van hoogleraar sportpsychologie Nico van Yperen

4/24/2026
Dit is de 263e aflevering van de Slimmer Presteren Podcast, over sport, onderzoek en innovatie. In deze aflevering hebben Gerrit en Jurgen het over: Slimmer presteren met tips van hoogleraar sportpsychologie Nico van Yperen INLEIDING: Wat als je meer dan een uur met de beste sport- en prestatiepsycholoog van Nederland zou mogen spreken? Dat is precies wat de aflevering van deze week voor je in petto heeft. Hoogleraar Nico van Yperen leert ons waarom het idee van boven jezelf uitstijgen tijdens een wedstrijd een fabel is. Het bestaat simpelweg niet. Succes op een wedstrijddag is volgens hem vooral het beperken van je prestatieverlies. We leggen concrete vragen van luisteraars over sportpsychologie in de praktijk aan Nico voor. Want wat doe je als je focus wegglipt tijdens een zware inspanning? En hoe helpt het R-model je om na tegenslag direct weer de knop om te zetten? De vorm zit vaak al in je benen, nu moet je zorgen dat je hoofd niet in de weg zit. Heb jij wel eens een wedstrijd verpest door je eigen gedachten? Vragen die in deze aflevering worden beantwoord: 1. Wat kun je doen als je merkt dat je de focus verliest tijdens een zware inspanning? Volgens Nico van Yperen is de eerste stap het herkennen dat je niet meer in de kern van je taak zit. Hij gebruikt hiervoor de concentratiecirkels van Eberspächer. Zodra je gedachten afdwalen naar de finishlijn of de concurrentie, zit je in de buitenste cirkels en verlies je onnodig energie. De oplossing is simpelweg terugkeren naar cirkel één: de actie die je nu uitvoert. Dat kan je trapritme zijn of je ademhaling. Door je focus bewust te verleggen naar het hier en nu, voorkom je dat mentale ruis je fysieke prestatie hindert. 2. Wat is een praktische methode om mentaal te herstellen na een fout of tegenslag in een wedstrijd? In de podcast bespreekt Nico het R-model, een nuchtere techniek voor zelfregulatie. Dit staat voor Registreren, Release en Refocus. Zodra er iets misgaat, moet je dat eerst opmerken zonder direct in een emotionele reactie te schieten. Vervolgens laat je het moment direct los (release), omdat piekeren over een incident je op dat moment totaal niet verder helpt. De laatste stap is Refocus: je richt je aandacht weer op de eerstvolgende actie. Door dit proces te trainen, verkort je de tijd waarin je mentaal uit de wedstrijd ligt en beperk je het prestatieverlies. 3. Wat is volgens Nico van Yperen de grootste misvatting over boven jezelf uitstijgen in de sport? Nico van Yperen stoort zich aan de term boven jezelf uitstijgen omdat het suggereert dat je over magische reserves beschikt die groter zijn dan je eigen kunnen. Volgens de hoogleraar is dat onmogelijk; je kunt nooit meer leveren dan je maximale potentieel op dat moment. Wanneer iemand een uitzonderlijke prestatie levert, betekent dit simpelweg dat diegene erin is geslaagd om het prestatieverlies tot bijna nul te reduceren. Sportpsychologie in de praktijk gaat dus niet over het worden van een supermens, maar over het voorkomen dat je door mentale factoren slechter presteert dan je eigenlijk kunt. 4. Wat houdt de formule van Nico van Yperen over prestatieverlies precies in voor een duursporter? De kern van sportpsychologie volgens Nico is de formule: prestatie is gelijk aan potentieel minus prestatieverlies. Je potentieel wordt bepaald door je fysieke training, talent en materiaal. Het prestatieverlies ontstaat door mentale ruis, zoals angst, twijfel of afleiding. Nico benadrukt dat je winst behaalt door die ruis weg te nemen. In plaats van te zoeken naar een verborgen turbo, is het effectiever om te leren hoe je stressoren neutraliseert. Zo zorg je ervoor dat de honderd procent die je in de benen hebt, ook daadwerkelijk op het asfalt of het parcours terechtkomt. 5. Wat is het nut van een minutieuze voorbereiding zoals zeilster Marit Bouwmeester die hanteert? In zijn boek Winnen met je hoofd beschrijft Nico hoe olympisch kampioene Marit Bouwmeester haar succes tot in detail plant. Een strakke...

Duration:01:19:20

Ask host to enable sharing for playback control

De (on-)zin van functionele voeding voor sporters volgens wetenschapsjournalist Jop de Vrieze

4/17/2026
Dit is de 262e aflevering van de Slimmer Presteren Podcast, over sport, onderzoek en innovatie. In deze aflevering hebben Gerrit en Jurgen het over: De (on-)zin van functionele voeding voor sporters volgens wetenschapsjournalist Jop de Vrieze INLEIDING: We zitten midden in de hype van het 'nutritionisme': we slaan voedingsmiddelen plat tot een lijstje met losse werkzame stoffen. Maar wat stop je eigenlijk in je lijf? Neem eiwit: Fabrikanten voegen massaal peptiden toe, kleine brokstukken eiwit die wonderen voor je herstel zouden verrichten. Of nu de vezel trend: ze stoppen een product vol met inuline, een geforceerde vezel uit fruit, of als je pech hebt gewoon zaagsel? Samen met wetenschapsjournalist Jop de Vrieze volgden we deze week de route van de eiwit- en vezelhype naar de zoektocht naar een sociale roes zonder alcohol en de schimmige winst van nicotine voor je focus. Waar ligt de grens tussen slimme innovatie en marketingonzin? Vragen die in deze aflevering worden beantwoord: 1. Wat is de achterliggende reden dat de supermarkt nu vol ligt met 'functional foods' voor sporters? Volgens Jop de Vrieze is de opkomst van deze verrijkte producten vooral een slimme zet van de voedingsindustrie. Omdat de markt voor gewone bewerkte producten verzadigd is, zoeken fabrikanten naar nieuwe manieren om waarde toe te voegen. Door een ongezond product te voorzien van een scheutje proteïne of extra vezels, krijgt het een gezond imago en kan de prijs omhoog. Voor ons als sporter betekent dit vooral dat we kritisch moeten blijven: een pizza met extra eiwit blijft in de basis een pizza en is zelden de meest efficiënte brandstof voor je herstel. 2. Wat is de werkelijke waarde van proteïne-verrijkte producten voor ons herstel? Jop legt uit dat de proteïnehype vooral commercieel gedreven is. Hoewel eiwitten essentieel zijn voor spierherstel, krijgen de meeste duursporters al voldoende binnen via een gevarieerd dieet. Fabrikanten voegen nu eiwitten toe aan producten waar ze niet in horen, zoals frisdrank of ijs, om een gezondheidsclaim te kunnen maken. Dit drijft de prijs flink op zonder dat het een substantiële meerwaarde biedt bovenop je normale maaltijden. Het is volgens ons dan ook slimmer om je eiwitten uit volwaardige bronnen te halen in plaats van uit duur verrijkt bewerkt voedsel. 3. Wat is de status van veilige alcoholvervangers die inwerken op het brein? In de aflevering bespreken we het werk van professor David Nutt, die zoekt naar stoffen die wel de sociale ontspanning van alcohol bieden, maar niet de giftige bijwerkingen hebben. Deze middelen werken in op het GABA-systeem, het natuurlijke rempedaal in je hersenen. Voor sporters is dit interessant omdat je de sociale stress na een wedstrijd kunt verlagen zonder dat het je herstel of slaapkwaliteit verslechtert zoals ethanol dat doet. Hoewel er veelbelovende ontwikkelingen zijn, staan deze alternatieve middelen nog aan het begin van hun wetenschappelijke onderbouwing voor algemeen gebruik. 4. Wat is de meest effectieve manier om creatine in te zetten voor je sportprestatie? Creatine is een van de weinige supplementen met een keihard wetenschappelijk bewijs, maar volgens Jurgen en Jop moet je kritisch zijn op de vorm waarin je het neemt. Tegenwoordig zit het soms verwerkt in koeken of drankjes, maar die bevatten vaak ook onnodige suikers en vetten. De puurste en meest effectieve methode blijft het gebruik van een simpel creatine-monohydraat in poedervorm. Het is een klassiek voorbeeld van een functionele stof die in zijn basisvorm prima werkt, maar in de marketingmachine van de voedingsindustrie vaak onnodig ingewikkeld en duur wordt gemaakt. 5. Wat zijn nootropics en bieden ze echt een voordeel voor de duursporter? Nootropics zijn stoffen die beloven je cognitieve functies, zoals focus en alertheid, te verbeteren. In het peloton wordt wel geëxperimenteerd met middelen als nicotine of specifieke plantextracten voor extra scherpte. Jop de Vrieze benadrukt echter dat...

Duration:01:00:46

Ask host to enable sharing for playback control

Van Rotterdam tot Enschede: De lessen van een zwaar marathonweekend

4/17/2026
Dit is een bonus aflevering van de Slimmer Presteren Podcast, over sport, onderzoek en innovatie. In deze aflevering hebben Gerrit en Jurgen het over: Van Rotterdam tot Enschede: De lessen van een zwaar marathonweekend INLEIDING: De vlag ging niet uit, maar moest af… 🚩❌ Het was weer marathonweekend! Echter, na 35 kilometer op perfecte pace koers was de koek (nou ja, de kuit) voor Gerrit in Rotterdam plotseling op. Waarom verpestte juist hij als ervaren loper zijn marathon in de laatste twee weken voor de start? In deze bonus aflevering fileren we de taper-fouten van Gerrit en de harde lessen uit onze community. Van de adrenaline-valkuil van Peter, het ‘te lange parcours van Bob, de crash op 39km van Mike, de successen van Marcel, Peer, Menno en Jesse, tot de fysieke strijd van Carlien. Waarom is die marathon-afstand toch zo moeilijk te temmen? Ben jij de man met de hamer tegengekomen dit weekend, of was je hem net te slim af? Vragen die in deze aflevering worden beantwoord: 1. Wat moet ik doen als ik in de laatste twee weken voor Rotterdam begin te twijfelen aan mijn vorm? Het is de klassieke valkuil waar Gerrit dit jaar ook in stapte: uit onzekerheid nog even een paar flinke trainingen eruit persen om jezelf te bewijzen dat je er klaar voor bent. Volgens Jurgen van Teeffelen en coach Guido Vroemen is dat precies wat je niet moet doen. In die laatste veertien dagen kun je fysiologisch niets meer winnen aan conditie, maar wel alles verliezen door overbelasting. De kunst van een goede marathon is durven rusten in de taper. Gerrit merkte dat zijn extra inspanningen resulteerden in een kuit die op de wedstrijddag na 35 kilometer de handdoek in de ring gooide. Vertrouw op het werk dat je in de maanden ervoor hebt gedaan en gun je pezen de rust die ze nodig hebben om de klappen op het asfalt op te vangen. 2. Waarom schiet mijn hartslag in de zon in het Kralingse Bos ineens omhoog terwijl ik niet harder loop? In Rotterdam kan de zon tussen de gebouwen verraderlijk fel zijn, zelfs bij milde temperaturen. Jurgen legt uit dat je dan te maken krijgt met aerobic decoupling: je hartslag loopt op terwijl je vermogen of tempo gelijk blijft. Je lichaam moet dan simpelweg te hard werken om de warmte kwijt te raken. Gerrit ervoer dit net voorbij het dertig kilometerpunt. Het advies van de experts is simpel maar mentaal lastig: als je hartslag te ver uit de pas loopt bij je beoogde zone, moet je direct in tempo terugschakelen. Doe je dat niet, dan forceer je een fysiologische afbraak die je in de laatste fase van de race volledig de das om kan doen. 3. Hoe voorkom ik dat ik me door de enorme sfeer bij de start laat opjagen tot een te hoog tempo? De adrenaline in Rotterdam is legendarisch, maar ook gevaarlijk. Luisteraar Peter Hofstee merkte dat de ambiance op de Schiedamsedijk hem zo triggerde dat hij veel te hard vertrok, wat hij later in de race cash terugbetaalde. Zijn belangrijkste les voor toekomstige lopers is om meditatie of ademhalingsoefeningen in te zetten in het startvak. Door jezelf mentaal in de ruststand te dwingen terwijl om je heen de Lee Towers-klassiekers uit de speakers knallen, bespaar je kostbaar glycogeen en voorkom je dat je hartslag al in de eerste kilometers in het rood schiet. De marathon begint pas echt bij het Kralingse Bos; alles daarvoor moet op de automatische piloot in een gecontroleerde hartslagzone. 4. Wat kan ik doen als mijn sporthorloge tussen de hoogbouw in het centrum een heel ander tempo aangeeft? Rotterdam staat bekend als het Manhattan aan de Maas, maar voor je GPS-signaal is die hoogbouw een ramp. Zoals Bob Dickhoff merkte, kan je horloge door signaalreflecties denken dat je veel meer meters maakt dan in werkelijkheid het geval is, waardoor je denkt dat je sneller loopt dan je bent. Jurgen adviseert daarom om niet blind te varen op je GPS-tempo. De enige harde waarheid zijn de officiële kilometerpaaltjes langs het parcours. Druk bij elk paaltje handmatig op de lap-knop en gebruik een...

Duration:01:11:58

Ask host to enable sharing for playback control

Slimmer leren bewegen volgens bewegingswetenschapper Eline Nijmeijer

4/10/2026
Dit is de 261e aflevering van de Slimmer Presteren Podcast, over sport, onderzoek en innovatie. In deze aflevering hebben Gerrit en Jurgen het over: Slimmer leren bewegen volgens bewegingswetenschapper Eline Nijmeijer INLEIDING: Voor veel luisteraars is het ‘race weekend’! Of je nu zelf (net als Gerrit) zondag de volle 42,2km gaat of gewoon je eigen rondje fietst of loopt, we kennen allemaal dat moment waarop de vermoeidheid toeslaat en je techniek langzaam uit elkaar valt. De reflex is vaak om dan ‘extra goed op je houding’ te letten, maar ons gesprek met bewegingswetenschapper Eline Nijmeijer zet dat idee volledig op zijn kop. Eline is gepromoveerd op motorisch leren en het voorkomen van zware knieblessures. Ze legt uit waarom de klassieke aanwijzingen van trainers, zoals ‘houd je knie recht’ vaak juist averechts werken. Deze week ontdekken we hoe je een bewegingspatroon aanleert dat wél standhoudt onder druk. We bespreken wat de kracht is van een externe focus en waarom een beetje autonomie in je training zorgt voor een sneller leerproces in je brein. Wat is de beste manier om je techniek te veranderen zonder dat het onnatuurlijk voelt? Vragen die in deze aflevering worden beantwoord: 1. Wat is het verschil tussen een interne en een externe focus bij het sporten? Eline legt in de aflevering uit dat een interne focus, waarbij je de aandacht richt op je eigen lichaamsdelen of spieren, de natuurlijke vloeiendheid van een beweging vaak verstoort. Voor wie beter wil leren bewegen, is een externe focus effectiever. Dit houdt in dat je de aandacht verplaatst naar de omgeving of het beoogde resultaat, zoals het geluid van je landing of het raken van een specifieke lijn op de grond. Uit haar onderzoek blijkt dat het brein de complexe coördinatie dan veel efficiënter zelf regelt, wat leidt tot veiligere en effectievere bewegingspatronen. 2. Wat zijn de belangrijkste pijlers van de OPTIMAL-theorie voor motorisch leren? In haar proefschrift hanteert Eline de OPTIMAL-theorie als wetenschappelijk kader. Dit model rust op drie specifieke pijlers: verhoogde verwachtingen, autonomie en een externe focus van aandacht. Het uitgangspunt is dat je als sporter sneller en beter leert wanneer je vertrouwen hebt in de goede afloop, zelf keuzes mag maken in je training en je blik naar buiten richt. Deze combinatie zorgt voor een optimale omgeving in de hersenen om nieuwe technieken te verankeren. Het is dus geen kwestie van eindeloos herhalen, maar van de juiste psychologische en aandacht-gerelateerde randvoorwaarden creëren. 3. Wat is het voordeel van impliciet leren voor een duursporter? Veel fanatieke sporters proberen hun techniek te verbeteren door technische regels te onthouden, wat we expliciet leren noemen. Eline waarschuwt dat deze vorm van leren kwetsbaar is. Zodra de vermoeidheid toeslaat of de wedstrijdspanning oploopt, kan je brein deze regels vaak niet meer verwerken en valt je techniek uit elkaar. Impliciet leren daarentegen gebeurt onbewust, bijvoorbeeld door te trainen in een uitdagende omgeving of met metaforen. Het resultaat is een veel robuustere techniek die standhoudt in de finale van een wedstrijd, simpelweg omdat je er niet bij na hoeft te denken. 4. Wat is de rol van autonomie bij het verbeteren van je techniek? Autonomie klinkt misschien als een modewoord, maar Eline onderbouwt in haar werk dat het een harde voorwaarde is voor effectief motorisch leren. Wanneer je als sporter zelf controle hebt over kleine details van je training, zoals de volgorde van de oefeningen of het moment waarop je feedback vraagt, wordt er dopamine aangemaakt in de hersenen. Deze stof fungeert als een soort lijm voor het geheugen en helpt bij het verankeren van nieuwe bewegingspatronen. Beter leren bewegen gaat dus sneller als je niet alleen maar orders opvolgt, maar zelf actief betrokken bent bij het leerproces. 5. Wat zijn effectieve strategieën om het risico op kruisbandblessures te verkleinen? Om zware blessures zoals...

Duration:00:55:44

Ask host to enable sharing for playback control

Slimmer presteren met een fit koppie: wat doet sporten op je brein?

4/3/2026
Dit is de 260e aflevering van de Slimmer Presteren Podcast, over sport, onderzoek en innovatie. In deze aflevering hebben Gerrit en Jurgen het over: Slimmer presteren met een fit koppie: wat doet sporten op je brein? INLEIDING: Met Pasen voor de deur en de marathons van Rotterdam en Enschede over ruim een week, zitten veel lopers momenteel in de befaamde fase van de taper-gekte. Je vraagt je af of die ene laatste training nog zin heeft, terwijl je ondertussen probeert niet te veel paaseitjes te eten. Maar er is een aspect van de voorbereiding waar we het eigenlijk te weinig over hebben: wat doet al dat lange duursporten eigenlijk met je hoofd? Luisteraar Arnout Boer stelde een vraag die ons direct deed slikken: "train je minder effectief als je ondertussen naar een podcast luistert?" Voor ons als makers is dat een gewetensvraag, maar gelukkig blijkt het antwoord genuanceerd. Sportarts Guido Vroemen deelt bovendien een tip die je direct kunt uitproberen: laat je navigatie eens thuis en dwing je hersenen om de route zelf te onthouden! Vragen die in deze aflevering worden beantwoord: 1. Wat is het effect van een zware inspanning op je denkvermogen? Jurgen legt uit dat er een soort J-curve bestaat als het gaat om sporten en het brein. Een rustige duurtraining werkt vaak als een katalysator voor creativiteit en een scherper werkgeheugen. Je komt vaak met de beste ideeën thuis na een uurtje hardlopen. Echter, zodra de intensiteit naar het rood gaat, zoals bij een marathon of zware intervallen, slaat dit om. Het brein heeft dan alle energie nodig voor de fysieke aansturing, waardoor cognitieve functies tijdelijk achteruitgaan en je letterlijk wazig in je hoofd wordt. 2. Wat betekent het voor je progressie als je tijdens het trainen mentaal volledig afgeleid bent? Jurgen baseert zich op een recente studie bij muizen waaruit bleek dat specifieke neuronen in de hypothalamus geactiveerd moeten worden om de spieren te laten adapteren aan training. Als die neurale prikkel ontbreekt, is het trainingseffect minder. Hoewel we voorzichtig moeten zijn met de vertaling naar mensen, suggereert dit dat volledige afleiding tijdens een zware sessie de effectiviteit kan remmen. Voor een rustige duurloop is een podcast prima, maar bij een sleuteltraining wil je dat je brein de inspanning bewust registreert voor het beste resultaat. 3. Wat zijn praktische manieren om je mentale weerbaarheid tijdens het sporten te vergroten? Guido Vroemen adviseert om niet alles op de automatische piloot te doen. Hij ziet in zijn praktijk dat atleten die ook cognitief geprikkeld worden, beter bestand zijn tegen de mentale mist tijdens een wedstrijd. Je kunt dit simpel trainen door bijvoorbeeld zonder navigatie op pad te gaan en zelf je route te onthouden. Ook het oplossen van rekensommen tijdens een intensief blok dwingt je hersenen om actief te blijven onder fysieke druk. Zo train je de verbinding tussen je sporten en brein en word je mentaal belastbaarder. 4. Wat gebeurt er fysiologisch in je hoofd na een extreme uitputtingsslag zoals een marathon? Jurgen haalt onderzoek aan dat aantoont dat de hoeveelheid myeline, het isolatiemateriaal rondom je zenuwcellen, na een marathon tijdelijk afneemt. Dit verklaart waarom veel lopers na de finish moeite hebben met eenvoudige taken of zelfs hun weg niet meer weten. Het brein ondergaat een fysieke belasting die vergelijkbaar is met die van de spieren. Gelukkig is dit effect van tijdelijke aard en herstelt de witte stof in je hersenen zich weer na voldoende rust, net als de rest van je lichaam. 5. Wat is de relatie tussen mentale vermoeidheid door werk en je fysieke prestaties in de training? Jurgen wijst op onderzoek dat aantoont dat mentale vermoeidheid je fysieke uithoudingsvermogen direct negatief beïnvloedt. Als je de hele dag in lastige meetings hebt gezeten, is je mentale budget op. Hoewel je benen fysiek nog fris kunnen zijn, ervaar je de inspanning als veel zwaarder. Dit komt omdat je brein sneller...

Duration:01:01:46

Ask host to enable sharing for playback control

Hoe gebruik je de juiste kennis uit de sportwetenschap volgens hoogleraar Florentina Hettinga

3/27/2026
Dit is de 259e aflevering van de Slimmer Presteren Podcast, over sport, onderzoek en innovatie. In deze aflevering hebben Gerrit en Jurgen het over: Hoe gebruik je de juiste kennis uit de sportwetenschap volgens hoogleraar Florentina Hettinga INLEIDING: 70 procent van de sportwetenschappelijke studies is niet te herhalen met dezelfde uitkomst. Of nou ja, misschien is het 50 of 90 procent, maar het punt is: we hebben een probleem. In de aflevering van deze week bespreken we waarom een labresultaat buiten op de weg vaak weinig waard blijkt te zijn. Samen met hoogleraar Florentina Hettinga duiken we in de replicatiecrisis. Waarom gaan influencers aan de haal met flinterdun bewijs? En hoe herken je als kritische sporter zelf het verschil tussen marketingpraat en een echt goed trainingsinzicht? Vragen die in deze aflevering worden beantwoord: 1. Wat is de werkelijke impact van de replicatiecrisis op de geloofwaardigheid van de sportwetenschap? Florentina Hettinga stelt dat we de replicatiecrisis niet moeten zien als een diskwalificatie van het vakgebied, maar als een broodnodige reality check. Voor de jonge sportwetenschapper betekent dit dat het publiceren van een enkel spectaculair resultaat minder zwaar weegt dan het leveren van reproduceerbaar werk. We bespreken met haar dat een onderzoek pas echt waarde krijgt als vakgenoten in een andere setting tot dezelfde conclusies komen. Het dwingt onderzoekers om bescheidener te zijn in hun claims en de focus te verleggen van sensatie naar robuustheid, wat de betrouwbaarheid op de lange termijn juist versterkt. 2. Wat zijn de belangrijkste barrières bij de vertaling van wetenschappelijke data naar de dagelijkse trainingspraktijk? Het grote probleem zit volgens Florentina in de overstap van de gecontroleerde labomgeving naar de grillige buitenwereld. Veel onderzoeken worden uitgevoerd met een homogene groep proefpersonen, vaak fitte mannelijke studenten, onder ideale omstandigheden. Als jonge onderzoeker wil je die data graag direct toepasbaar maken voor iedereen, maar we leerden in dit gesprek dat die vertaling zelden één-op-één werkt. De ruis van het dagelijks leven, zoals weeromstandigheden of individuele fysiologie, wordt in het lab vaak weggefilterd. Het herkennen van die beperkingen is volgens de hoogleraar essentieel om sportwetenschap relevant te houden voor de praktijk. 3. Wat betekent de beweging richting Open Science concreet voor de manier waarop we sportonderzoek consumeren? Open Science is volgens Florentina Hettinga veel meer dan alleen een modewoord; het is een fundamentele verandering in de wetenschappelijke cultuur. Voor onderzoekers betekent dit dat ze hun data en methoden transparant moeten delen op platforms zoals Figshare. Hierdoor kunnen anderen het werk controleren en erop voortbouwen, wat de kans op verborgen fouten verkleint. We merkten in het gesprek dat dit voor de nieuwe generatie wetenschappers de standaard wordt. Als consument van sportkennis kun je hierdoor beter beoordelen of een claim ergens op gebaseerd is of dat de onderliggende data verborgen blijven achter een commerciële betaalmuur. 4. Wat maakt sportwetenschap zo vatbaar voor de verspreiding van onvolledige of overdreven claims? De combinatie van een enorme commerciële markt en de menselijke drang naar een snelle oplossing maakt sportwetenschap kwetsbaar. Florentina wijst erop dat marketingafdelingen vaak alleen de spectaculaire uitschieters uit een onderzoek pakken en die presenteren als de nieuwe waarheid. In de podcast bespreken we hoe dit mechanisme werkt: nuance verkoopt simpelweg minder goed dan een revolutionaire ontdekking. Voor een jonge wetenschapper is het de uitdaging om in die dynamiek vast te houden aan de feiten. We moeten kritisch blijven kijken naar de bron en de context waarin een resultaat wordt gepresenteerd, zeker op sociale media. 5. Wat is de beste manier om als kritische sporter de waarde van een nieuw trainingsinzicht te beoordelen? Florentina adviseert om...

Duration:01:10:57

Ask host to enable sharing for playback control

Een super lage rusthartslag: teken van topfit of ook riskant?

3/20/2026
Dit is de 258e aflevering van de Slimmer Presteren Podcast, over sport, onderzoek en innovatie. In deze aflevering hebben Gerrit en Jurgen het over: Een super lage rusthartslag: teken van topfit of ook riskant? INLEIDING: Stel je wordt wakker, checkt je hartslag en ziet een getal waar een niet-sporter zich direct zorgen om zou maken: is die 38 slagen per minuut nou pure fitheid of een risico? Deze week onderzoeken we waarom onze hart-hardware fundamenteel verandert door al die trainingsuren. Is die trage sinusknoop pure efficiëntie, of de reden dat we soms duizelig van de bank opstaan? Waarom hebben wij als duursporters eigenlijk een verbouwde motor nodig? We duiken in de wetenschap achter de lage rusthartslag en vragen aan Guido Vroemen wanneer ons stationair toerental simpelweg te laag staat afgesteld. Ben je topfit, of wordt het tijd voor een ritme-check? Vragen die in deze aflevering worden beantwoord: 1. Wat is de reden dat mijn rusthartslag als duursporter soms ver onder de 40 slagen per minuut duikt? Jurgen legt uit dat dit een combinatie is van verschillende factoren. Allereerst wordt je hart simpelweg groter en krachtiger door jarenlange training, waardoor het per slag meer bloed rondpompt. Maar er is meer: je zenuwstelsel trekt de rem op je hart strakker aan, de zogenaamde vagale toon. Recent onderzoek toont aan dat zelfs de sinusknoop, de natuurlijke pacemaker van je hart, fysiek verandert door sport. Het is dus een knap staaltje biologische efficiëntie, waarbij je hart letterlijk leert om met minder inspanning hetzelfde werk te verzetten. 2. Wat zijn de risico's van zo een extreem lage hartslag op de lange termijn? Hoewel een lage hartslag meestal een teken van fitheid is, wijst Jurgen ook op de schaduwkant. Bij sommige atleten kan de natuurlijke pacemaker zo sterk vertragen dat er ritmestoornissen ontstaan, zoals boezemfibrilleren op latere leeftijd. Het hart raakt gewend aan het trage ritme, wat in de weerbarstige praktijk soms tot problemen leidt als de overgang naar inspanning niet soepel verloopt. Zolang je geen klachten hebt als flauwvallen of onverklaarbare vermoeidheid is er vaak niks aan de hand, maar een extreem laag ritme is niet per definitie zonder risico. 3.Wat verklaart die vervelende duizeligheid wanneer ik snel opsta van de bank? Dit fenomeen noemen we orthostatische intolerantie. Omdat je hartslag in rust zo laag is en je bloedvaten in je benen door de training erg wijd zijn, zakt het bloed bij het opstaan sneller naar beneden dan je hart het omhoog kan pompen. Guido Vroemen ziet dit vaak in zijn praktijk bij fitte atleten. Het is meestal onschuldig, maar wel irritant. Een praktische tip van Guido is om even je kuitspieren aan te spannen voordat je opstaat, zodat je het bloed als het ware weer omhoog drukt richting je hersenen. 4. Wat is de invloed van mijn genen op die lage hartslag, of is het puur een resultaat van training? Het is een misverstand dat een lage hartslag alleen maar door hard trainen komt. Jurgen benadrukt dat je genetische blauwdruk een grote rol speelt. Sommige mensen hebben van nature al een lagere hartslagfrequentie. Als je daar dan ook nog eens serieus duurtrainen aan toevoegt, zie je die getallen pas echt kelderen. De een zal met eenzelfde trainingsomvang dus op een rusthartslag van 45 uitkomen, terwijl de ander moeiteloos de 35 aantikt. Het getal op je horloge zegt dus niet alles over je conditie. 5. Wat zijn de signalen waarbij ik echt aan de bel moet trekken bij een sportarts? Volgens Guido Vroemen is de absolute waarde van je hartslag minder belangrijk dan hoe jij je voelt. Word je regelmatig echt zwart voor de ogen bij inspanning, heb je het gevoel dat je hart overslaat of een vreemd ritme aanneemt, of merk je dat je hartslag tijdens een training niet meer omhoog wil? Dan is het tijd voor een ritme-check. Een sportmedisch onderzoek met een ECG kan dan uitsluitsel geven of je hart nog wel op de juiste manier reageert op de prikkels die je het...

Duration:01:08:59

Ask host to enable sharing for playback control

De psychologie van de Ultra: slimmer presteren tijdens 272 km trailrunnen in de Alpen

3/13/2026
Dit is de 257e aflevering van de Slimmer Presteren Podcast, over sport, onderzoek en innovatie. In deze aflevering hebben Gerrit en Jurgen het over: De psychologie van de Ultra: slimmer presteren tijdens 272 km trailrunnen in de Alpen INLEIDING: Deze week doen we het anders. We schuiven aan bij Chris Leibbrandt en Lara Koopen aan hun keukentafel in Amerongen. Zij liepen afgelopen zomer 272 kilometer door de Alpen tijdens de Eiger E250. Wij wilden weten hoe je dat mentaal overleeft op slechts drieënhalf uur slaap. Hoe onderhandel je met die Central Governor als je lichaam na zestig uur schreeuwt om te stoppen? Waarom zie je plotseling kabouters in het bos? En hoe blijf je dan toch rationeel? We bespreken of hun mantra "it never always gets worse" ook standhoudt in de modder en het donker. Ook werpen we een blik op hun nieuwe evenement op 2 mei in de bossen van Amerongen. Misschien de ideale plek om je eigen mentale grens op te zoeken zonder direct naar de Alpen te rijden. Een gesprek over de weerbarstige praktijk van het afzien. Vragen die in deze aflevering worden beantwoord: 1. Wat verklaart die enorme drang om te stoppen terwijl je medisch gezien nog prima kunt doorlopen? Jurgen legde ons uit dat dit vaak te maken heeft met de Central Governor. Dit is een soort veiligheidsmechanisme in je brein dat de noodrem aantrekt voordat er werkelijk fysieke schade ontstaat. Aan de keukentafel vertelden Chris en Lara dat ze dit tijdens de Eiger E250 heel bewust meemaakten. Ze voelden zich op sommige momenten totaal opgebrand, maar een half uur later liepen ze weer soepel een berg op. Het besef dat die stopknop in je hoofd een voorzichtige inschatting is van je brein, en niet per se een keiharde fysieke grens, hielp hen om in beweging te blijven. 2. Wat zijn de meest effectieve mentale tactieken om de moed erin te houden tijdens een meerdaagse race? Chris en Lara maakten gebruik van een heel simpel maar doeltreffend mantra: it never always gets worse. Dit is een vorm van wat Jurgen cognitieve herwaardering noemt en vormt een kernonderdeel van de psychologie van ultralopen. In plaats van te geloven dat de pijn alleen maar erger wordt, accepteer je dat ellende in golven komt. Door aan de keukentafel terug te kijken op hun diepste dalen, zagen we dat dit besef hen hielp om niet in paniek te raken. Als je weet dat een dip bijna altijd tijdelijk is, wordt het makkelijker om simpelweg de volgende stap te zetten. 3. Wat is de invloed van extreem slaapgebrek op de mentale toestand van een loper? Na ruim zeventig uur onderweg waren de hersenen van onze gasten zo vermoeid dat de werkelijkheid begon te vervagen. Lara vertelde ons over kabouters en denkbeeldige gebouwen in het bos die ze onderweg zag. Jurgen legt uit dat de psychologie van ultralopen hier een grens bereikt waarbij het brein visuele prikkels simpelweg niet meer goed kan filteren. Het interessante is dat Chris en Lara hier niet bang van werden, maar het rationeel konden plaatsen als een onvermijdelijk bijproduct van de inspanning. Door hallucinaties te herkennen voor wat ze zijn, voorkom je dat de vermoeidheid omslaat in desoriëntatie. 4. Wat zijn de psychologische criteria om te bepalen of je veilig door een pijngrens heen kunt gaan? Dit is een vraag die veel luisteraars, zoals Maarten de Geus, bezighoudt. Jurgen benadrukt dat je onderscheid moet maken tussen functionele pijn, zoals spierpijn en algehele malaise, en structurele pijn die duidt op echt letsel. In het gesprek met Chris en Lara bleek dat zij heel scherp waren op dit onderscheid. Ze accepteerden dat alles pijn deed, maar bleven alert op signalen die hun gezondheid echt in gevaar brachten. De psychologie van ultralopen vraagt hier om een eerlijke dialoog met jezelf: stop je omdat het oncomfortabel is, of omdat er echt iets kapot gaat? 5. Wat is het psychologische voordeel van het lopen als team bij een extreme uitdaging? Samen lopen zorgt voor sociale facilitatie, een fenomeen waarbij de...

Duration:01:33:01

Ask host to enable sharing for playback control

Goed trainen maar ook goed slapen: hoe pak je dit slim aan?

3/6/2026
Dit is de 256e aflevering van de Slimmer Presteren Podcast, over sport, onderzoek en innovatie. In deze aflevering hebben Gerrit en Jurgen het over: Goed trainen maar ook goed slapen: hoe pak je dit slim aan? INLEIDING: De spagaat tussen trainingsdrang, slaap en herstel Nu de voorjaarsmarathons naderen, maken we massaal extra kilometers om die laatste zware blokken af te vinken. Maar hoe vaak doen we dat eigenlijk ten koste van onze nachtrust? Deze week onderzoeken we waarom ons eerdere advies over avondtraining (aflevering 146) aan herziening toe is. Waarom laat data van duizenden wearables nu wel een negatief effect zien, terwijl labstudies jarenlang beweerden dat het wel meeviel? Hoe weet je nou of ’s avonds nog moet gaan trainen of beter direct je bed in duikt? Gerrit deelt zijn persoonlijke ervaring met een haperend autonoom zenuwstelsel en we vragen Guido Vroemen wanneer een extra uur slaap simpelweg een betere investering in je progressie is dan die laatste kilometers op de teller. Vragen die in deze aflevering worden beantwoord: 1. Tot hoe laat kun je s avonds nog intensief sporten zonder je slaap te verpesten? Jurgen legt in deze aflevering uit dat een zware inspanning binnen vier uur voor het slapengaan directe gevolgen heeft voor je herstel. De data van duizenden wearables laat zien dat je hartslag in rust gedurende de nacht hoger blijft en de hartslagvariabiliteit (HRV) flink daalt. Hoewel we na zo een sessie vaak fysiek uitgeput zijn en snel in slaap vallen, is de werkelijke herstelwaarde van die slaap een stuk minder. Je lichaam is simpelweg nog te druk met de actieve naverbranding van de training om echt diep tot rust te komen. 2. Waarom slaap ik slecht na het hardlopen terwijl ik wel heel moe ben? In een eerdere aflevering concludeerden we nog dat avondtraining weinig kwaad kon, gebaseerd op onderzoek in een gecontroleerd slaaplab. Jurgen deelt nu het voortschrijdend inzicht uit grootschalig onderzoek onder tienduizenden sporters. In de echte wereld, waar we ook te maken hebben met werkstress en de hectiek van alledag, zien we wel degelijk een negatief effect van laat sporten op de slaapduur. Je bent fysiek wel moe, maar je autonome zenuwstelsel staat nog te veel in de actiestand om de overgang naar een kwalitatieve diepe slaap te maken. 3. Wat zijn de signalen dat je lichaam een zware training niet meer aankan? Gerrit deelt zijn persoonlijke ervaring waarbij hij letterlijk flauwvalt na een periode van extreme belasting. Guido Vroemen legt uit dat dit een reactie is van het autonome zenuwstelsel, dat de controle over basisfuncties verliest wanneer de rek er volledig uit is. Dit noemen we ook wel een vegetatieve reactie. Het onderstreept dat sporten en slapen een delicate balans vormen. Als je de signalen van oververmoeidheid of duizeligheid stelselmatig wegwuift en toch blijft doortrainen in de late uren, trekt je systeem uiteindelijk zelf aan de noodrem. 4. Hoe gebruik je de Body Battery van Garmin om te bepalen of je nog moet trainen? Guido adviseert om kritisch naar je eigen data te kijken voordat je die late intervallen start. Als je ziet dat je Body Battery aan het begin van de avond al nagenoeg leeg is, levert een extra training je waarschijnlijk meer schade dan rendement op. De data van je horloge fungeert in dat geval als een objectieve raadgever die je helpt om niet alleen naar je schema te kijken, maar ook naar je werkelijke herstelcapaciteit op dat moment. Soms is de meest effectieve training voor je marathon simpelweg een uur eerder naar bed gaan. 5. Wat is de beste training voor de late avond als je toch je nachtrust wilt bewaken? Wanneer een late sessie onvermijdelijk is, wijst Jurgen op de intensiteit als de belangrijkste knop om aan te draaien. Een rustige duurloop heeft een veel minder grote impact op je autonome zenuwstelsel dan een intervaltraining op hoge intensiteit. Als je merkt dat sporten en slapen bij jou vaker conflicteren, probeer dan de zware prikkels naar het...

Duration:00:58:08

Ask host to enable sharing for playback control

Onderzoeker Ellen Ricke over consistent trainen: hoe hou je het vol?

2/27/2026
Dit is de 255e aflevering van de Slimmer Presteren Podcast, over sport, onderzoek en innovatie. In deze aflevering hebben Gerrit en Jurgen het over: Onderzoeker Ellen Ricke over consistent trainen: hoe hou je het vol? INLEIDING: Veel luisteraars zitten nu midden in het ‘voorjaars-marathon-schema’, en dan voelen we het bekende gevaar: wat als je een training mist? Deze week bespreken we waarom het blind volgen van een schema vaak de snelste weg is naar een blessure of oververmoeidheid. En hoe zit het met de running streak? Is elke dag lopen een slimme methode om drempels te verlagen, of een dwangmatige obsessie die je herstel juist in de weg staat? Onderzoeker Ellen Ricke legt uit waarom de 80 procent ‘therapietrouw’ wetenschappelijk gezien vaak al ruim voldoende is voor serieuze progressie. We kijken daarbij ook naar de beperkingen van AI-apps: snapt zo’n algoritme wel dat je hoofd soms simpelweg te vol zit voor zware intervallen? Luister nu en leer hoe je vooruitgang boekt, zonder dat je schema een obsessie wordt. Vragen die in deze aflevering worden beantwoord: 1. Wat verstaat expert Ellen Ricke onder de term therapietrouw voor een sporter? Hoewel therapietrouw klinkt als een term uit de spreekkamer van de dokter, legt Ellen Ricke uit dat dit in de sport simpelweg draait om het doen wat je met jezelf of je coach hebt afgesproken. In haar onderzoek ziet ze dat dit verder gaat dan alleen maar ijzeren discipline. Het is een samenspel tussen je eigen motivatie, de steun van je omgeving en de haalbaarheid van je plan. Ellen benadrukt dat we vaak te streng voor onszelf zijn als een training niet lukt, terwijl de oorzaak vaak in de omgevingsfactoren ligt in plaats van in een gebrek aan ruggengraat. 2. Wat is het wetenschappelijke fundament achter de 80 procent-regel bij consistentie? De neiging om elk blokje in TrainingPeaks groen te willen kleuren is herkenbaar, maar volgens Ellen Ricke hoeft dat helemaal niet voor een optimaal resultaat. Ze stelt dat je bij een naleving van ongeveer 75 tot 80 procent van je schema al het overgrote deel van de beoogde progressie pakt. Die laatste twintig procent levert in de praktijk vaak meer stress en risico op blessures op dan extra conditie. Jurgen vult aan dat deze nuance cruciaal is voor de duursporter die ook een baan en een gezin heeft; rust en flexibiliteit zijn ook een wezenlijk onderdeel van de training. 3. Wat is de grootste valkuil van het trainen met AI-gestuurde apps? Ellen ziet dat apps en algoritmes een krachtig hulpmiddel kunnen zijn, maar ze missen vaak de context van het dagelijks leven. Een app ziet je hartslagvariabiliteit wel, maar weet niet dat je een emotioneel zware dag hebt gehad of slecht hebt geslapen door stress op je werk. Als je dan blind het advies van een algoritme volgt om toch die zware intervallen te doen, negeer je belangrijke signalen van je eigen lichaam. De expert waarschuwt dat techniek de menselijke maat nooit helemaal mag vervangen; je eigen gevoel en gezonde verstand blijven bij consistentie de belangrijkste leidraad. 4. Wat levert een methode zoals een running streak op voor je regelmaat? Luisteraar Jacco deelt zijn ervaring met de running streak, waarbij hij elke dag minimaal een kwartier loopt. Ellen Ricke ziet dat dergelijke simpele regels helpen om de beslis-stress weg te nemen: je gaat gewoon omdat het in je routine zit. Toch waarschuwt ze voor de schaduwzijde. Wanneer de streak een doel op zich wordt, loop je het risico om door pijn of oververmoeidheid heen te trainen. Het is volgens haar een uitstekende manier om de drempel te verlagen, mits je eerlijk genoeg naar jezelf durft te zijn om te stoppen als je lichaam daar echt om vraagt. 5. Wat zijn volgens de wetenschap de meest effectieve manieren om gedrag te veranderen? In plaats van te hopen op een plotselinge vlaag van motivatie, adviseert Ellen Ricke om te focussen op je directe omgeving. Motivatie is onbetrouwbaar, zeker op koude regendagen. Effectieve...

Duration:00:58:36

Ask host to enable sharing for playback control

Mysterie: waarom pakt krachttraining zo divers uit bij sporters

2/20/2026
Dit is de 254e aflevering van de Slimmer Presteren Podcast, over sport, onderzoek en innovatie. In deze aflevering hebben Gerrit en Jurgen het over: Mysterie: waarom pakt krachttraining zo divers uit bij sporters INLEIDING: Vragen die in deze aflevering worden beantwoord: 1. Wat zijn de belangrijkste oorzaken voor de enorme verschillen in spiergroei tussen sporters? Jurgen legt uit dat genetica de doorslaggevende factor is. De Finse studie waar we het over hebben, laat zien dat sommige mensen simpelweg meer aanleg hebben voor hypertrofie, oftewel het groter worden van de spieren, dan anderen. Het is een soort genetische loterij. Zelfs bij exact hetzelfde trainingsschema zagen de onderzoekers dat de een tien procent aan spiermassa won, terwijl de ander op nul bleef steken. Dat is voor de zwoegende sporter frustrerend, maar het is een fysiologische realiteit waar we niet omheen kunnen. 2. Wat heb je aan krachttraining als je een zogeheten non-responder bent op het gebied van spiermassa? Dit is een cruciaal punt dat Jurgen in de uitzending aanstipt om de boel te relativeren. Hoewel de groei van spiermassa heel grillig verloopt, stijgt de pure kracht bij bijna iedereen die traint. Voor ons als duursporters is dat eigenlijk heel goed nieuws. Guido Vroemen vult aan dat we meestal helemaal niet zwaarder willen worden door extra spiermassa. Zolang je sterker wordt en je zenuwstelsel de spieren beter leert aansturen, boek je progressie die je op de fiets of tijdens het lopen echt gaat merken. 3. Wat is het effect van een trainingspauze op de opgebouwde winst in de sportschool? Jurgen haalde een onderzoek aan waaruit bleek dat spiermassa na tien weken volledige rust grotendeels verdwijnt, wat natuurlijk pijnlijk is om te horen. Maar er is een belangrijke nuance: de pure kracht bleef bij de proefpersonen veel beter behouden dan de omvang van de spieren. Het fundament dat je hebt gelegd, stort dus niet zomaar in. Zodra je na een vakantie of blessure de draad weer oppakt, merk je dat je veel sneller terug bent op je oude niveau dan toen je ooit begon. 4. Wat is de rol van het spiergeheugen bij het hervatten van de training na een rustperiode? Het concept van spiergeheugen is geen fabeltje, zo legt Jurgen uit. Tijdens het trainen maak je nieuwe celkernen aan in je spiervezels. Als je stopt met trainen, wordt de spier weliswaar dunner, maar die extra celkernen blijven waarschijnlijk gewoon aanwezig. Ze staan als het ware in de stand-by modus. Zodra je weer met gewichten gaat smijten, zorgen deze kernen ervoor dat de eiwitproductie direct weer op gang komt. Je lichaam onthoudt dus het werk dat je eerder hebt verzet. 5. Wat raadt Guido Vroemen aan voor duursporters die specifiek willen trainen zonder zwaarder te worden? Guido is daar heel nuchter in: train voor de functie, niet voor de spiegel. Hij ziet in zijn praktijk dat sporters vaak algemene schema's volgen die gericht zijn op uiterlijk. Voor een triatleet of wielrenner is specifieke kracht echter veel belangrijker dan een dikke biceps. Guido noemt het voorbeeld van Jetze Plat, die enorm krachtig is maar niet onnodig zwaar. Focus je op de oefeningen die jouw sportprestatie verbeteren en vertrouw erop dat die krachtwinst er is, ook als je geen gram aankomt. Handige bronnen en links: Finse studie uit 2025 waarin naar de individuele variatie en reproduceerbaarheid van weerstandstraining is gekeken: https://onlinelibrary.wiley.com/doi/10.1002/ejsc.70095 Studie van dezelfde Finse groep waaruit blijkt dat het spierverlies tijdens een break van 10 weken weer snel opgebouwd kan worden:

Duration:00:56:59

Ask host to enable sharing for playback control

Slimmer presteren op de 1500m schaatsen: waar moet je op letten?

2/18/2026
Dit is een bonus aflevering van de Slimmer Presteren Podcast, over sport, onderzoek en innovatie op de Olympische Winterspelen in Milaan Cortina. In deze aflevering hebben Gerrit, Jurgen en Guido het over: Slimmer presteren op de 1500m schaatsen: waar moet je op letten? INLEIDING: In deze aflevering bespreken Gerrit, Jurgen en Guido de laatste ontwikkelingen en hoogtepunten van de Winterspelen, met een focus op de ploegenachtervolging en de 1500 meter schaatsen. Ze duiken in de wetenschap achter de sport, de rol van coaching en de innovaties die de schaatssport kunnen verbeteren. Ook wordt er kritisch gekeken naar de huidige startmethoden en de rol van jury's in de sportbeoordeling. Vragen die in deze aflevering worden beantwoord: 1. Wat maakt de 1500 meter schaatsen fysiologisch zo extreem? Jurgen van Teeffelen legt uit dat de schaatsmijl een brug slaat tussen twee uitersten in de sportwetenschap. Je hebt de explosieve start van een sprinter nodig, maar moet die snelheid bijna twee minuten lang verdedigen met de motor van een stayer. In de fysiologie vergelijken we dit vaak met een Wingate-test. Waar die dertig seconden op een fietsergometer voor de meeste mensen al als een marteling voelen, trekken deze schaatsers die inspanning door tot het drievoudige. Het resultaat is een lactaatopbouw die techniek en coördinatie tot het uiterste test terwijl de vermoeidheid genadeloos toeslaat. 2. Wat is de reden dat de wereldrecords op de 1500 meter al sinds 2019 bevroren lijken? Het valt ons op dat de tijden van Kjeld Nuis en Miho Takagi ondanks alle technologische innovaties al jarenlang onaangetast blijven. Volgens Jurgen en Guido komt dit doordat wereldrecords vaak een zeldzame samenkomst zijn van perfecte omstandigheden, zoals de lage luchtdruk in Salt Lake City. In de weerbarstige praktijk van een laaglandbaan zoals in Milaan verschuift de nadruk van pure topsnelheid naar efficiëntie en pacing. Het fysiologische plafond is misschien nog niet bereikt, maar de perfecte storm van 2019 is simpelweg niet meer voorbijgekomen op het ijs. 3. Wat leert de legendarische race van Mark Tuitert uit 2010 ons over moderne pacing? Guido Vroemen benadrukt dat de gouden race van Mark Tuitert nog altijd het ultieme schoolvoorbeeld is van slimme zelfregulatie op het ijs. Tuitert won destijds niet door de snelste opening te rijden, maar door zijn verval in de beslissende laatste ronde tot een minimum te beperken. Veel sporters laten zich in de praktijk nog steeds leiden door adrenaline en angst, waardoor ze te hard starten en in de laatste bocht volledig stilvallen. De les van Tuitert is dat je moet durven ontspannen in de eerste duizend meter om aan het eind nog techniek over te hebben. 4. Wat is de rol van zelfregulatie en RPE tijdens de schaatsmijl? Jurgen legt uit dat een schaatser op de 1500 meter constant zijn gevoel van inspanning, ook wel de Rate of Perceived Exertion genoemd, moet managen. Het is een mentale balanceeract tussen de drang om te versnellen en de wetenschap dat elke extra versnelling je later in de race fataal kan worden. Het gaat erom dat een atleet leert luisteren naar de signalen van het lichaam, zoals de opbouw van lactaat, zonder in paniek te raken. Topatleten gebruiken deze zelfregulatie om precies op de kritieke grens te balanceren tot ze de eindstreep passeren. 5. Wat kunnen schaatsers leren van de startprocedures bij het alpineskiën? Tijdens de Spelen in Milaan zagen we veel discussie over de startregels bij het skiën, waarbij een startmoment soms willekeurig kan aanvoelen. Gerrit en Jurgen trekken de parallel naar het schaatsen, waar de focus vaak volledig op de fysieke data ligt, maar de mentale component van de start cruciaal blijft. Het herinnert

Duration:00:40:11

Ask host to enable sharing for playback control

Slimmer presteren in het Skimo: de nieuwe sport van de toekomst?

2/16/2026
Dit is een bonus aflevering van de Slimmer Presteren Podcast, over sport, onderzoek en innovatie. In deze aflevering hebben Gerrit, Jurgen en Guido het over: Slimmer presteren in het Skimo: hoe doe je dat? INLEIDING: In deze aflevering bespreken Gerrit, Jurgen en Guido de laatste ontwikkelingen en innovaties tijdens de Olympische Spelen in Milaan, met een focus op de nieuwe sport skimo. Ze reflecteren op de prestaties van atleten, de impact van technologie op de sport en de mogelijkheden voor talentoverdracht tussen verschillende disciplines. De aflevering biedt een diepgaande analyse van de fysieke en mentale vereisten voor skimo en andere winterse sporten. Vragen die in deze aflevering worden beantwoord: Hoe verhouden de prestaties in extreme sporten zich tot de onderliggende fysiologie en techniek? Jurgen benadrukt dat de controle over het lichaam en de aerobe- en anaerobe capaciteit belangrijke factoren zijn bij topprestaties, vooral in sporten zoals skeleton en langlaufen. Wetenschappelijk onderzoek suggereert dat veel van deze sporten vooral een hoog niveau van technologische controle en energiebeheer vereisen. Is korte en snelle training het toekomstbeeld voor veel nieuwe olympische sporten? Jurgen fantaseert over de trend dat sporten steeds meer gericht worden op kortere, intensievere wedstrijden, zoals het nieuwe skialpinsport skimo. De samenleving en sporttechnologie lijken de voorkeur te krijgen voor medaillewinnen binnen kortere, intensievere inspanningen. Hoe belangrijk is technisch kunnen in het succesvol overstappen tussen sporten? Guido en Jurgen bespreken dat veel overstappers in de sportwereld vooral technisch en conditioneel moeten kunnen overstappen. Wetenschappelijk lijkt het erop dat technische vaardigheden en basiscoördinatie cruciaal zijn voor transfer. Kan de ontwikkeling van nieuwe sporten en technieken de kansen op medaillewinst vergroten? Jurgen en Gerrit kijken naar de ontwikkeling binnen nieuwe sporten zoals skimo. Onderzoek wijst uit dat het snel opzetten van nieuwe sporten en de bijbehorende technologieën de kansen voor kleinere landen en minder gevestigde sporters vergroot. Hoeveel belang heeft de mentale veerkracht in topsport, en kan dat gemakkelijker worden beïnvloed dan fysieke capaciteiten? Verschillende sporters benadrukken dat motivatie, flow en mentale kracht cruciaal zijn. Wetenschappelijk onderzoek suggereert dat mentale vaardigheden en draagkracht aantrekkelijk zijn om te trainen en te ontwikkelen. Handige bronnen en links: Video analyse van de Skimo prestatie; waar moet je goed zijn?: https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/38086366/ Italiaanse studie naar de fysiologische capaciteiten van Skimo toppers: https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/40139202/ M/V verschillen in Skimo prestatie: https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/40017814/ Onderzoek van de HAN naar overlappende eigenschappen die van belang zijn bij verschillende sporten (Talent Transfer): https://www.frontiersin.org/journals/sports-and-active-living/articles/10.3389/fspor.2024.1445510/full De veelzijdige sportachtergrond van Kimberley Bos:

Duration:00:34:40

Ask host to enable sharing for playback control

Slimmer presteren met aerodynamica op het ijs in Milaan volgens expert Wouter Terra

2/13/2026
Dit is de 253e aflevering van de Slimmer Presteren Podcast, over sport, onderzoek en innovatie. In deze aflevering hebben Gerrit en Jurgen het over: Slimmer presteren met aerodynamica op het ijs in Milaan volgens expert Wouter Terra INLEIDING: Midden in de Winterspelen van Milaan trappen we vandaag eindelijk seizoen 13 af. In de aflevering van deze week gaan we de strijd aan met onze grootste onzichtbare vijand: de luchtweerstand. Aerodynamica expert Wouter Terra van de TU Delft en TeamNL schuift bij ons aan om de logica achter de records te ontleden. Want waarom levert een simpele verandering van je handpositie direct vijf procent winst op? Wat is het nut van tienduizenden helium bellen op het ijs van Thialf? En hoe kan een schaatspak sneller gaan door een specifiek trillingseffect in de stof? Wouter neemt ons mee van de windtunnel naar de praktijk op het ijs en de weg. Of je nu droomt van goud of gewoon je eigen wattages op de fiets wilt optimaliseren, deze inzichten bieden een broodnodige dosis nuchtere wetenschap. Vragen die in deze aflevering worden beantwoord: 1. Wat maakt de Ring of Fire in Thialf zo bijzonder voor het onderzoek naar aerodynamica? Wouter Terra legt ons uit dat we voorheen vooral naar statische situaties in windtunnels keken. Met de Ring of Fire, waarbij honderdduizenden met helium gevulde zeepbelletjes door de lucht zweven en door camera's worden gevolgd, krijgt hij een uniek beeld van de werkelijke luchtstroom rond een bewegende schaatser. Wouter benadrukt dat juist die interactie tussen de schaatser en de lucht cruciaal is om te begrijpen waar de winst zit. Het is een noodzakelijke stap van theoretische modellen naar de weerbarstige praktijk op het ijs. 2. Wat is het voordeel van de specifieke handpositie die Wouter in zijn onderzoek noemt? Tijdens ons gesprek met Wouter komt een verrassend simpel inzicht naar boven: je handen zijn een van de grootste boosdoeners als het gaat om luchtweerstand. Volgens de berekeningen van Wouter kan het strak op de rug leggen van de handen in plaats van ze losjes aan de zijkant te houden, de weerstand met maar liefst 5 procent verlagen. Wouter stelt dat dit soort details vaak meer impact hebben dan duurder materiaal. Het laat zien dat aerodynamica voor een groot deel gaat over het verkleinen van je frontaal oppervlak en het optimaliseren van je houding. 3. Wat houdt het trommelvel-effect in bij de ontwikkeling van moderne schaatspakken? Wouter neemt ons mee in de techniek achter de nieuwste pakken van de Nederlandse ploeg. Hij spreekt over het trommelvel-effect, waarbij de stof op strategische plekken onder een specifieke spanning wordt gezet. Hierdoor gaat de stof gecontroleerd trillen, wat ervoor zorgt dat de luchtstroom langer aan het lichaam blijft kleven. Dit verkleint de zuigende werking achter de sporter. Wouter benadrukt dat een pak niet alleen glad moet zijn, maar juist de juiste textuur moet hebben om de grenslaag van de lucht gunstig te beïnvloeden. 4. Wat is de meerwaarde van het generieke model van een wielrenner waar Wouter aan werkt? In de wielersport houden ploegen hun data over aerodynamica vaak voor zichzelf. Wouter ontwikkelde daarom een generiek model dat de principes van luchtweerstand inzichtelijk maakt zonder bedrijfsgeheimen te schenden. Hij legt ons uit dat dit model helpt om te begrijpen hoe de interactie tussen de renner, de fiets en accessoires zoals een rugzak werkt. Wouter ziet dit als een manier om wetenschappelijke kennis breder toegankelijk te maken, zodat ook amateurwielrenners begrijpen waarom bepaalde aanpassingen in hun houding wel of niet effectief zijn. 5. Wat is de belangrijkste les die een recreatieve sporter kan trekken uit het werk van...

Duration:01:00:41

Ask host to enable sharing for playback control

Hoe gevaarlijk zijn de Olympische Winterspelen echt volgens de wetenschap?

2/11/2026
Dit is een tweede bonus aflevering van de Slimmer Presteren Podcast, over sport, onderzoek en innovatie rondom de Olympische Winterspelen in Milaan. In deze aflevering hebben Gerrit, Jurgen en Guido het over: Hoe gevaarlijk zijn de Olympische Winterspelen echt volgens de wetenschap? INLEIDING: De Olympische Winterspelen zijn niet alleen een spektakel van snelheid en vaardigheid, maar ook een arena waar de risico's en gevaren van extreme sporten onder de loep worden genomen. Jurgen en Gerrit duiken in de cijfers en trends van blessures, waarbij ze de balans zoeken tussen risico's nemen en een bewuste aanpak van blessures. Guido voegt hieraan toe dat de praktijk vaak complexer is dan de theorie, en dat de ervaring van atleten en trainers een cruciale rol speelt in het begrijpen en minimaliseren van deze risico's. In deze aflevering bespreken we niet alleen de impact van blessures op sportcarrières, maar ook de effectiviteit van alternatieve behandelmethoden. Guido benadrukt dat hoewel sommige technieken nog niet volledig evidence-based zijn, ze in de praktijk vaak waardevol blijken. Samen onderzoeken ze hoe we de gezondheid van atleten kunnen prioriteren zonder de essentie van de sport te verliezen, en hoe een kritische blik en gedeelde kennis kunnen bijdragen aan veiligere sportomstandigheden. Vragen die in deze aflevering worden beantwoord: 1. Hoe gevaarlijk zijn de Olympische winterspelen eigenlijk? De vraag is of de winterspelen inderdaad gevaarlijker zijn dan andere sporten en hoe dat in verhouding staat tot de werkelijkheid. Jurgen suggereert dat de incidentie van blessures waarschijnlijk hoger is bij extreme sporten en nieuwe disciplines, maar dat het nooit helemaal statistisch eenduidig kan worden vastgesteld. Gerrit merkt op dat blessures altijd aanwezig zijn, maar dat een deel van de risico's – zoals snelle valpartijen of sportspecifieke incidenten – inherent aan de sport blijven. In praktijk betekent dat we moeten kijken naar de context en niet meteen spreken van een gevaar dat buitenproportioneel is. Het gevaar is waarschijnlijk realistisch, maar niet zo extreem dat het niet binnen de normale sportrisico's past. 2. Wat zegt de wetenschap over het risico op blessures en hoe dat zich ontwikkelt? Jurgen licht toe dat recente studies laten zien dat blessures bij topatleten niet heel verschillend lijken te zijn over meerdere Olympische Spelen, maar dat het gemiddelde incidentieverhoogd kan zijn door nieuwe disciplines en hogere snelheden. Daarnaast wordt het risico op blessures in de jeugd en bij recreatief sporten geraamd op zo'n 30 procent per jaar, afhankelijk van de sport en blessures. Gerrit vult aan dat de meeste blessures kneuzingen en verstuikingen zijn, met een relatief klein percentage ernstigere blessures. In de praktijk zien we dat vooral de ontwikkeling van de sport en technologische verbeteringen op termijn mogelijk blessures kunnen verminderen, maar dat het risico nooit volledig weg te nemen is. Preventie en goede begeleiding blijven daarom essentieel. 3. Hoe verhouden blessurecijfers zich tot andere sporten en is de focus op blessurepreventie terecht? Jurgen geeft aan dat Olympische sporten als snowboarden, freestyle skiën en slope style een incidentie van rond de 30 procent hebben. Hij waarschuwt dat dat niet betekent dat blessures onvermijdelijk zijn, maar dat ze de risico’s van extreme sporten onderstrepen. Gerrit benadrukt dat in veel sporten de verwachting is dat blessures voorkomen, maar dat het niet altijd makkelijk is ze volledig te voorkomen zonder stop te zetten of de sport anders in te richten. Wat verandert indien men dit serieus neemt? Het onderstreept dat blessures onderdeel vormen van topsport en dat ultieme preventie onrealistisch is. Het focus moet eerder liggen op het goed managen van risico’s en het aanpassen...

Duration:00:36:41

Ask host to enable sharing for playback control

Slimmer presteren op de Winterspelen: wat is de rol van innovatie en wetenschap?

2/9/2026
Dit is een bonus aflevering van de Slimmer Presteren Podcast, over sport, onderzoek en innovatie. In deze aflevering hebben Gerrit en Jurgen het over: Slimmer presteren op de Winterspelen: wat is de rol van innovatie en wetenschap? INLEIDING: waar en hoe draagt wetenschap bij aan het beter begrijpen van winterspelen? Jurgen en Gerrit praten over de korte termijn innoveren versus de lange termijn wetenschappelijk onderzoek, en je merkt dat die twee vaak niet goed op elkaar aansluiten. Terwijl atleten op de ijsbaan of het ski-piste soms jaar in, jaar uit met sensoren en biomechanisch onderzoek bezig zijn, blijft het in de praktijk vaak heel beperkt zichtbaar en wordt de kennis niet altijd snel doorgevoerd. In deze aflevering raakt vooral de paradox tussen de wetenschap en de praktijk je: sporters en coaches lijken vaak nog vooral te vertrouwen op ervaring en traditie, terwijl onderzoek suggereert dat er bij veel onderdelen juist nog flinke 'winst te boeken' is, als men de juiste data en technieken gebruikt. We bespreken onder meer de impact van de samenstelling van sporten, zoals de skiathlon en Noordse combinatie, waar biomechanica en fysiologie onderling botsen tussen mannen en vrouwen. Daarnaast kijken we naar de beperkte data over het effect van thuisvoordeel, dat voor veel onderdelen waarschijnlijk minder groot is dan vaak gedacht wordt, ondanks de grote fanfare die er soms om wordt geblazen. Wat we nog niet weten, blijft vooral de grote vraag: hoe snel en efficiënt kunnen we wetenschap, innovatie en de praktijk laten samenwerken? En in hoeverre kunnen we maskeren dat bij sommige sporten nog veel onderzoek ontbreekt of achterloopt? Het retorische 'veel is mogelijk' klinkt aantrekkelijk, maar de realiteit laat vooral zien dat we met gezonde twijfel moeten blijven kijken naar claims over snelheid, blessures, en performanceverbetering in de winterspelen. Deze aflevering is niet bedoeld om bluffende claims te geloven, maar om te laten zien dat wetenschap vooral een hulpmiddel is dat langzaam zijn weg zoekt in de sportpraktijk. Het is boeiend om te zien waar nog veel ruimte ligt, en vooral waar de brug tussen weten en doen nog stevig gebouwd moet worden. Als je geïnteresseerd bent in de meer wetenschappelijke kant van sportprestaties en kritisch wilt kijken naar die schijnbaar spectaculaire innovaties, dan is dit een aflevering om niet te missen. Vragen die in deze aflevering worden beantwoord: 1. Hoe concreet is de rol van wetenschap en innovatie in het verbeteren van de prestaties bij de Olympische Winterspelen? Jurgen suggereert dat er wel onderzoek is gedaan, maar het is vaak beperkt tot specifieke onderdelen zoals biotechnologie en biomechanica. Gerrit benadrukt dat het veld nog steeds grotendeels van de basiswetenschap afhankelijk is en dat veel animaties, sensoren en modellen nog niet echt doorslaggevend zijn in de top. Dit laat zien dat veel sportinnovaties, zeker op hoog niveau, waarschijnlijk meer iteratief en contextafhankelijk zijn dan revolutionair. Het impliceert dat we niet zomaar kunnen verwachten dat sensoren of nieuwe materialen direct tot medaillewinst leiden. Bijvoorbeeld het gebruik van sensoren in schaatsen of snowboarden geeft waardevolle data, maar het grootste effect zit in training en techniek optimaliseren, niet in de apparatuur alleen. Innovatie is vaak een puzzelstuk dat goed moet passen binnen het trainingstraject. 2. Hoe verhouden prestatieverschillen tussen mannen en vrouwen zich tot de sporttechniek en fysiologie? Jurgen benoemt dat onderzoek meer inzicht geeft in de fysiologische verschillen en dat wetenschappelijke data vaak nog in vroege fases zit, maar dat bepaalde technische verschillen nu al zichtbaar zijn. Gerrit wijst erop dat de verschillen breed gaan en dat voor sommige onderdelen, zoals de langlauf of schaatsen, we nog...

Duration:00:44:49

Ask host to enable sharing for playback control

Slimmer presteren met sportboeken die het lezen waard zijn - Eindejaarsaflevering

1/2/2026
Dit is de 252e aflevering van de Slimmer Presteren Podcast, over sport, onderzoek en innovatie. In deze aflevering hebben Gerrit en Jurgen het over: Slimmer presteren met sportboeken die het lezen waard zijn - Eindejaarsaflevering INLEIDING: Wat kun je doen om je wekelijkse dosis sportinspiratie op te doen, nu de Slimmer Presteren Podcast vijf weken met winterstop gaat? Inderdaad: lees of luister eens een boek. Weet je niet bij welk inspirerend sportboek je moet beginnen? Of zie je juist door de stapel boeken op je nachtkastje het boek niet meer? Deze week delen we een hele reeks boekentips die zijn ingestuurd door luisteraars. Van training en sportpsychologie tot biografieën en inspirerende verhalen. Boeken die blijven hangen en waar sporters zelf echt iets aan hebben gehad. Ook als je niet makkelijk leest, zit er iets voor je bij. Sommige boeken helpen je beter begrijpen waarom je traint zoals je traint. Andere zetten je sport in perspectief of geven gewoon weer zin om te bewegen. Benieuwd welke boeken dat zijn, en wat je eruit kunt halen? Vragen die in deze aflevering worden beantwoord: 1. Welke sportboeken zijn het lezen waard als sporter? In deze aflevering worden veel sportboeken genoemd, maar een aantal springt eruit. The Science of Running van Steve Magness komt terug omdat het training uitlegt zonder vast te zitten aan schema’s. Wielertraining anno 2025 wordt genoemd als boek dat theorie en praktijk verbindt. Door de barrière laat zien hoe mentale aspecten en wetenschap samenkomen, terwijl Winnen met je hoofd inzicht geeft in zelfregie en topsport. Het zijn sportboeken die niet voorschrijven wat je moet doen, maar helpen begrijpen waarom je traint zoals je traint. 2. Wat zijn goede sportboeken als je meer wilt begrijpen van training? Als je verdieping zoekt, maar geen kant en klare schema’s wilt volgen, zijn sportboeken die principes uitleggen het meest geschikt. In de aflevering bespreken Gerrit en Jurgen boeken die laten zien hoe belasting, herstel en adaptatie samenhangen. Guido vult aan dat zulke sportboeken helpen om betere keuzes te maken als trainingen niet lopen zoals gepland. Ze geven context, zodat je minder afhankelijk wordt van vaste formats en apps. 3. Ik lees niet graag, waarom zou ik toch sportboeken proberen? Dit komt expliciet ter sprake in de aflevering. Gerrit geeft toe dat hij zelf weinig leest, en juist dat maakt het herkenbaar. Guido benadrukt dat sportboeken geen verplichting zijn. Het gaat niet om het uitlezen van een boek, maar om nieuwsgierigheid. Een paar hoofdstukken, grasduinen of een luisterboek kan al voldoende zijn om anders naar je sport te kijken. De waarde zit in het perspectief dat je oppikt, niet in het aantal pagina’s. 4. Welke sportboeken gaan over motivatie en mentale aspecten? Sportboeken over psychologie richten zich vaak op doorgaan, twijfel en motivatie. Door de barrière combineert wetenschap met ervaringen van duursporters. Do Hard Things zet aan tot nadenken over mentale veerkracht zonder slogans. In de aflevering komt ook Mysterieuze krachten in de sport langs, een klassieker vol anekdotes die laat zien hoe sporters elkaar mentaal beïnvloeden. Deze boeken helpen sporters begrijpen wat er mentaal gebeurt tijdens training en wedstrijd. 5. Wat voegen sportbiografieën en sportverhalen toe? Sportbiografieën laten zien wat er achter prestaties schuilgaat. Boeken als Winnen met je hoofd en Watergevoel maken duidelijk dat succes zelden alleen draait om talent of hard werken. Guido benadrukt dat dit soort sportboeken helpen relativeren. Ze geven context aan keuzes, druk en verwachtingen. Voor veel sporters is dat minstens zo waardevol als een technisch...

Duration:01:07:47

Ask host to enable sharing for playback control

Sporten met pijnstillers tegen de pijn en ontsteking: slim of gevaarlijk?

12/26/2025
Dit is de 251e aflevering van de Slimmer Presteren Podcast, over sport, onderzoek en innovatie. In deze aflevering hebben Gerrit en Jurgen het over: Sporten met pijnstillers tegen de pijn en ontsteking: slim of gevaarlijk? INLEIDING: Een pijnstiller vóór je training of wedstrijd. Veel sporters doen het. Maar slim is het zelden. Als je pijnstillers nodig denkt te hebben om een wedstrijd te kunnen doen, is dat een belangrijk signaal. Misschien heeft je lichaam iets anders nodig dan een pil. Rust, aanpassing van training of soms zelfs het besluit om niet te starten. In de aflevering van deze week onderzoeken Gerrit en Jurgen wat er écht gebeurt als je sport met pijnstillers. Helpen NSAID’s of paracetamol je prestatie, of maskeren ze vooral signalen die je juist serieus moet nemen? Samen met sportarts Guido Vroemen hoor je welke risico’s toenemen bij ultralopen, marathons en triatlons met pijnstillers. En waarom doorgaan soms meer kost dan het oplevert. Vragen die in deze aflevering worden beantwoord: 1. Wat kan er misgaan als je preventief een pijnstiller neemt vóór een wedstrijd? Preventief gebruik komt vaker voor dan veel sporters denken. Het idee is dat je pijn voor bent en daardoor beter presteert. In de aflevering wordt duidelijk dat dit een gevaarlijke aanname is. Preventief gebruik verhoogt het risico op bijwerkingen, terwijl er geen bewezen prestatievoordeel tegenover staat. Zeker bij marathons en triatlons kan het combineren van pijnstillers, warmte en uitdroging leiden tot ernstige medische problemen. 2. Wat is het verschil tussen NSAID’s en paracetamol voor sporters? NSAID’s remmen ontstekingen en beïnvloeden daarmee ook herstelprocessen in het lichaam. Paracetamol werkt pijnstillend en koortsverlagend, maar remt ontsteking niet op dezelfde manier. Dat maakt paracetamol niet automatisch veilig tijdens sport. Volgens sportarts Guido Vroemen kan paracetamol signalen van oververhitting maskeren, wat juist tijdens lange inspanningen gevaarlijk kan zijn. Beide middelen zijn dus geen slimme standaardoplossing voor sporters. 3. Wat zegt de wetenschap over prestatieverbetering door pijnstillers? De wetenschap laat geen overtuigend prestatievoordeel zien van pijnstillers bij sport. In sommige onderzoeken worden kleine effecten gevonden bij uitputtingstesten, maar die zijn wisselend en beperkt. Belangrijker is dat minder pijn voelen niet hetzelfde is als beter presteren. In de aflevering wordt benadrukt dat cafeïne consistenter effect laat zien dan pijnstillers. Pijnstillers kunnen het gevoel veranderen, maar maken je lichaam niet beter voorbereid op inspanning. 4. Wat zijn de grootste risico’s van pijnstillers tijdens marathons en triatlons? Volgens Guido Vroemen nemen de risico’s vooral toe bij langdurige inspanning. NSAID’s verhogen de kans op maag en darmbloedingen, nierproblemen en in sommige gevallen hartproblemen. Die risico’s worden groter bij warmte en uitdroging, omstandigheden die juist bij marathons, triatlons en ultralopen vaak voorkomen. In marathonstudies zijn ernstige complicaties vooral gezien bij sporters die ontstekingsremmers gebruikten, niet bij deelnemers die dat niet deden. 5. Wat is een verstandige keuze als je pijn hebt rond een wedstrijd? De belangrijkste boodschap uit de aflevering is dat pijnstillers vaak een signaal maskeren. Als je pijn ervaart waarvoor je denkt een pil nodig te hebben, is dat een moment om kritisch te zijn. Soms is extra rust, het aanpassen van je doel of zelfs niet starten de slimste keuze. Slimmer Presteren betekent luisteren naar je lichaam en beseffen dat doorgaan met pijnstilling op de lange termijn meer kan kosten dan het oplevert. Handige bronnen en links: Aflevering 229 over pijn met Robert van der Noord:...

Duration:00:57:38

Ask host to enable sharing for playback control

‘Omarm de kou!’: zin en onzin volgens thermofysioloog Wouter van Marken Lichtenbelt

12/19/2025
Dit is de 250e aflevering van de Slimmer Presteren Podcast, over sport, onderzoek en innovatie. In deze aflevering hebben Gerrit en Jurgen het over: ‘Omarm de kou!’: zin en onzin volgens thermofysioloog Wouter van Marken Lichtenbelt INLEIDING: Koud douchen, ijsbaden, trainen in de kou.Het klinkt stoer, het voelt extreem en het zou je beter maken als sporter. Maar klopt dat eigenlijk wel? In de aflevering van deze week duiken Gerrit en Jurgen in de wetenschap achter kou. Ze spreken met hoogleraar thermofysiologie Wouter van Marken Lichtenbelt, die al decennialang onderzoekt wat kou écht doet met het menselijk lichaam. Geen challenges, geen Instagram-hypes, maar feiten. Je hoort waarom kou wel degelijk een prikkel is, maar geen wondermiddel. Waarom wennen aan kou iets anders is dan fitter worden. En waarom veel populaire claims over ijsbaden en koud douchen verder gaan dan de wetenschap toelaat. Een nuchter, helder en soms confronterend gesprek voor iedereen die zich afvraagt of koude training zinvol of onzin is. Vragen die in deze aflevering worden beantwoord: 1. Wat gebeurt er in je lichaam als je jezelf blootstelt aan kou? Volgens Wouter van Marken Lichtenbelt reageert het lichaam op kou vooral door warmte te willen behouden. Dat gebeurt via rillen en via processen in spieren en vetweefsel die extra energie kosten. Het energieverbruik stijgt daardoor tijdelijk, maar keert daarna snel terug naar normaal. Kou werkt dus als een acute stressprikkel. Het zet het lichaam even aan, maar leidt niet vanzelf tot langdurige aanpassingen zoals training dat wel doet. 2. Wat is het verschil tussen wennen aan kou en fitter worden door training? Wouter benadrukt dat koude acclimatisatie iets anders is dan training. Door herhaalde blootstelling aan kou voelen mensen zich sneller comfortabel en gaan ze minder rillen. Dat is vooral een aanpassing in het zenuwstelsel en in gedrag. Bij training en hitte-acclimatisatie neemt de fysieke capaciteit aantoonbaar toe. Kou verandert dus vooral de tolerantie, niet de conditie of prestatiecapaciteit van sporters. 3. Wat zegt de wetenschap over koud douchen of ijsbaden na het sporten? Koud douchen en ijsbaden kunnen pijn tijdelijk verminderen en als prettig worden ervaren. Dat betekent volgens Wouter niet automatisch dat het herstel beter verloopt. Koude onderdrukt ontstekingsreacties die juist nodig zijn voor trainingseffecten. Bij krachtsport is dat duidelijk aangetoond, bij duursporters is het bewijs minder sterk maar ook daar is het voordeel onzeker. Kou kan comfort geven, maar draagt niet vanzelf bij aan beter worden. 4. Wat is de rol van bruin vet bij blootstelling aan kou? Bruin vet helpt bij warmteproductie en wordt actiever bij kou. Wouter nuanceert het idee dat dit een grote invloed heeft op het metabolisme van volwassenen. De hoeveelheid bruin vet is beperkt en het effect op het totale energieverbruik is klein. Kou kan bruin vet activeren, maar dat weegt niet op tegen de effecten van bewegen en trainen. Het idee dat kou je stofwisseling structureel versnelt is wetenschappelijk onvoldoende onderbouwd. 5. Wat kan een sporter praktisch meenemen uit dit gesprek over koude training? De belangrijkste les is volgens Wouter realistisch blijven. Kou is geen wondermiddel en vervangt training niet. Voor sporters zit de waarde vooral in het leren omgaan met kou en stress, bijvoorbeeld bij wintertrainingen of wedstrijden in koude omstandigheden. Wie beter wil presteren, haalt meer winst uit consistente training, goede slaap en passende voeding. Kou kan een aanvulling zijn, zolang je weet wat het wel en niet doet. Handige bronnen en links: Aflevering 121 over sporten in de kou en waar je op moet letten:

Duration:00:58:59

Ask host to enable sharing for playback control

Slimmer Presteren met een biertje van Thrive

12/12/2025
Dit is de 249e aflevering van de Slimmer Presteren Podcast, over sport, onderzoek en innovatie. In deze aflevering hebben Gerrit en Jurgen het over: Slimmer Presteren met een biertje van Thrive INLEIDING: Deze weken nemen we je mee naar Gent. Achter de schermen hebben we gewerkt aan een nieuwe manier om slimmer te presteren. Geen nieuwe trainingsmethode, geen revolutionaire ademtechniek en geen obscure gadget van honderden euro’s. Na menig verzoek tot commerciële samenwerking te hebben afgewimpeld, presenteren we deze week met trots onze nieuwe partner: Thrive Beer. Ontwikkeld op wetenschappelijke basis bij de KU Leuven. Bier dat je beter maakt omdat het: In de aflevering van deze week hoor je van oprichter en CEO Laurens D’Hoore en salesmanager Cedric Schatteman hoe zij sportbier ontwikkelden dat past bij herstel, een sportieve leefstijl én bij gezellige momenten. Wij zijn enthousiast. Probeer het zelf met kortingscode ‘slimmerpresteren’ en ontvang 15% korting op je hele bestelling. Ideaal voor Dry January of in de aanloop naar je volgende marathon of triathlon. Vragen die in deze aflevering worden beantwoord: 1. Wat maakt sportbier anders dan gewoon alcoholvrij bier? Volgens Laurens en Cedric gaat het vooral om de functie. Thrive bevat geen alcohol, wel ingrediënten die passen bij het herstelmoment. Denk aan proteïne voor spierherstel, vitamines voor dagelijkse energie of magnesium voor ontspanning. Alles is ontwikkeld in samenwerking met wetenschappers, zodat smaak en voedingswaarde elkaar versterken. Voor sporters voelt het daardoor natuurlijker dan een shake, terwijl het ook past bij een sociaal moment. 2. Helpt sportbier echt bij herstel na training? Thrive beweert niet dat één biertje al je herstel regelt. Dat blijft afhankelijk van je totale voeding en training. Wel zorgt de samenstelling ervoor dat je lichaam iets krijgt dat het op dat moment gebruiken kan. In Peak zit proteïne dat bijdraagt aan het herstel van spieren. Play biedt vitamines die je dagelijkse energie ondersteunen en Unwind helpt ontspannen met magnesium. Het idee is simpel: een drankje dat past bij hoe sporters leven. 3. Voor wie is Thrive vooral bedoeld? De oprichters richtten zich vanaf het begin op sporters die bewust bezig zijn met gezondheid, maar wél willen genieten van een smaakvol drankje. Dat kan een loper zijn die traint voor een marathon, een triatleet die lange dagen maakt of iemand die meedoet aan Dry January. Ook sporters die na een training nog moeten rijden herkennen het voordeel. Thrive is vooral gemaakt voor momenten waarop je iets lekkers wilt drinken dat je herstel niet in de weg zit. 4. Hoe gezond is Thrive vergeleken met andere herstelproducten? Thrive vervangt geen volledig herstelmaal, maar het is een logische optie wanneer je iets lichts en functioneels wilt drinken. Het bevat uitsluitend natuurlijke ingrediënten en elke variant heeft een duidelijke voedingsfunctie. Het past daardoor goed in een actieve leefstijl. Vooral sporters die shakes vaak te zwaar vinden of die liever iets fris drinken, ervaren het als een prettig alternatief. Het maakt herstel laagdrempelig zonder kunstmatig te voelen. 5. Wanneer kies je voor Peak, Play of Unwind van Thrive? Dat hangt af van het moment:

Duration:00:52:26